|
La version française de cet article n'est pas disponible.
|
Op 29 december 2009 overleed Herman J. Claeys. Zijn archief bevindt zich in Amsab-ISG en is een van de belangrijkste componenten van een reeks anarchistische archieven in onze instelling.
|
H.J. Claeys werd geboren in 1935 als kind van een Brugse Vlaamsgezinde familie. Als licentiaat in de Germaanse talen kwam hij in het onderwijs terecht, maar hij had ook literaire aspiraties: in 1964 verscheen zijn eerste dichtbundel Als zovele schelpdieren. Claeys liet voor het eerst van zich spreken in 1965 met zijn essay Janisme, dat als nawoord gepubliceerd werd in Julien Weverberghs ruchtbaar boek Een dag als alle andere. Meteen was hij gelanceerd als een van de 'Galge-schrijvers'. Hij kwam in conflict met het rigide onderwijssysteem en koos voor een bestaan als schrijver en publicist. Ook in zijn persoonlijk leven brak hij met alles wat zijn persoonlijke ontwikkeling belemmerde. In Brussel wierp hij zich op als een van de kopstukken van de revolterende literair-artistieke avant-garde. In navolging van de Amsterdamse provo's lanceerde hij op 1 april 1966 het eerste Belgische provoblad Revo. Claeys ging in een commune wonen. Het Brouckèreplein in Brussel werd het toneel van de eerste ludieke happenings tegen het koningshuis, het leger, de kerk, de consumptiemaatschappij, Vietnam ... Beslagleggingen en arrestaties volgden elkaar op.
Ook op literair vlak bevestigde Herman J. Claeys zijn reputatie van angry young man. Samen met Julien Weverbergh en Herwig Leus maakte hij deel uit van de redactie van het polemische tijdschrift Mep; hij publiceerde Wat is links?; een interviewboek over literatuur en engagement; zijn optreden tijdens de poëziemanifestatie van 1966 in het Paleis voor Schone Kunsten verwekte ook al enige opschudding; zijn Penisgroet in het literaire tijdschrift Daele leidde tot de inbeslagname van dat tijdschrift. Claeys' maatschappijkritische ingesteldheid openbaarde zich ten volle in zijn romans Het Geluid (1968) en Steen (1969). Zijn voornaamste literaire kompanen uit die periode waren Jan Emiel Daele, Daniël Robberechts, Marcel Van Maele en Lucienne Stassaert. De literaire underground floreerde. In 1968, bij de bezetting van het Paleis voor Schone Kunsten, was H.J. Claeys een van de animatoren van de protest read-in. In die periode leefde hij van occasionele jobs: vertaalwerk, journalistieke bijdragen voor De Groene Amsterdammer enz. Gedurende enige tijd was hij ook vertegenwoordiger bij uitgeverij Manteau. De acties van provo waren een strovuur, maar de verspreiding van allerhande undergroundbladen ging verder in de boekhandel Free Press Bookshop in de Spoormakersstraat. Het was de meest bizarre en tegendraadse boekhandel die Brussel ooit gezien heeft. De klemtoon van het literatuuraanbod lag er op de nieuwe Vlaamse en Nederlandse schrijvers en op de poëzie. Het hele gamma van de undergroundpers en een bont allegaartje van linkse, alternatieve geschriften lagen er uitgestald. De behoefte aan een ruimer trefcentrum liet zich voelen. Zo werd in juli 1970 aan de Kaasmarkt De Dolle Mol opgericht als 'subculturele kroeg en popkelder'. Linkse progressieven, hippe jongeren, kunstenaars en schrijvers bepaalden het imago van de bruine kroeg. Jeroen Brouwers was er een trouwe klant. Regelmatig hadden er debatten, tentoonstellingen, projecties, kleinkunst- of poëzieavonden plaats. De vrijmoedige sfeer waarin een en ander zich afspeelde, zinde de autoriteiten niet en de politionele repressie sloeg onverbiddelijk toe. Omwille van druggebruik moest De Dolle Mol enige tijd sluiten. Klanten mochten er enkel in na ondertekening van een verklaring geen drugs te zullen gebruiken. De Free Press Bookshop ontsnapte evenmin aan de repressie. De gerechtelijke diensten vielen er om de haverklap binnen en sloegen de werken met vermeende pornografische of subversieve inslag systematisch aan. Het Rode Boekje voor Scholieren was in die periode verboden lectuur. Claeys' onverzettelijkheid maakte hem tot symbool van het vrijgevochten woord. De socialistische minister Alfons Vranckx was de grote boeman. De hoofdactiviteit van Free Press werd het verstrekken van informatie over de politieke, sociale en culturele stromingen in de marge. Daarnaast zette Free Press kleine tentoonstellingen op rond stadskranten, actueel anarchisme, milieuactie enz. De Free Press-werking en het caféleven hadden wel hun weerslag op Claeys' literaire productie, hij dreef steeds verder af naar de periferie van het literaire gebeuren. In de jaren 1980 versmalde de basis waarop de vzw draaide. De publieke interesse taande. In 1987 ging de vzw Free Press failliet. De Dolle Mol werd naderhand overgenomen door de Stichting Kunstbevordering vzw, en trouw aan de oorspronkelijke geest zette deze de werking voort.
Het is een klein wonder dat het archief van H.J. Claeys niet definitief verloren gegaan is door de inbeslagnames, het faillissement, de verhuisperikelen ... Toen we in de winter van 1991 het archief terugvonden, was het verworden tot een hopeloze papierberg, maar na een vlugge inspectie bleek het nog heel wat waardevol materiaal te bevatten over zijn de provoperiode, zijn literaire productie, het censuurproces van de Free Press Bookshop, en ook soms omvangrijke tijdschriftencollecties (stadskranten, anarchistische bladen ...), een imposante affichecollectie (meer dan 550 affiches over de meest uiteenlopende thema's) en documentatiemappen over bevrijdingsbewegingen, vredesbeweging, milieubeweging, alternatieve levenswijzen, anarchisme, theater, kunst en literatuur. Deze bevatten een ware schat aan informatie voor iedereen die geïnteresseerd is in het links alternatieve wereldje uit het begin van de jaren 1970 tot het midden van de jaren 1980.
Rik De Coninck (met dank aan Rik Hemmerijckx)
|