Brood & Rozen gaat vreemd

Voor de virtuele expo Brood & Rozen gaat vreemd nodigden we bevriende erfgoedinstellingen uit om bijzondere stukken uit hun eigen collectie te delen die volgens hen resoneren met de betekenis van de legendarische slogan achter de naam van het tijdschrift: ‘We want bread and we want roses too’.

Sinds het begin van de twintigste eeuw staat die krachtige leuze wereldwijd symbool voor sociale rechtvaardigheid. Brood verwijst naar het recht op eerlijke lonen en bestaanszekerheid. Rozen staan voor alles wat het leven meer maakt dan enkel overleven: cultuur, natuur, onderwijs, schoonheid, vrijheid en gelijkwaardigheid. Samen drukken ze een verlangen uit naar een waardig en rechtvaardig bestaan. Een streven dat vandaag nog even relevant is als toen.

Brood & Rozen gaat vreemd brengt dankzij de enthousiaste medewerking van tal van erfgoedinstellingen een veelstemmige selectie van objecten, beelden, documenten en verhalen samen.

Het AMVB - het archief en museum voor het Vlaams leven te Brussel - presenteert De Kinneklopper.

Als je moet kinkloppen, dan kan je erop rekenen dat je iets voorlopig niets (meer) krijgt. Artiest Marc Cram, alias Marc Delarue, werkte zijn hele leven bij het OCMW en wist hoe teleurgesteld steuntrekkers vaak de gebouwen van de sociale dienst verlieten. Voor hen ontwierp hij de Kinneklopper. Hij plaatste het surrealistische instrument bij de uitgang van de dienst, zodat kinnekloppers direct publiekelijk hun ongenoegen konden uiten. Dit maakte het object tot een sociaal protest. Ludiek én confronterend tegelijk. 

De Kinneklopper van het AMVB

De Kinneklopper

Door Frank Vanhaecke, historicus

Het AMVB bewaart, inventariseert en ontsluit het roerend en immaterieel erfgoed van Nederlandstalige Brusselse organisaties, personen en families. Serieus genomen denk je dan aan documenten en waardevolle memorabilia. Maar niets zegt eigenlijk dat dit erfgoed ook een ‘letterlijke’ historische betekenis moet hebben. Het mag ook overdrachtelijk, surrealistisch of absurd zijn, of zelfs nonsens tout court.

Struinend door het archief van het AMVB is het aandeel ‘fictie’ eigenlijk behoorlijk groot. Door hun op het eerste gezicht niet-documentaire karakter verwacht je dergelijke stukken eerder in een museum dan in een archief. Maar het AMVB is natuurlijk zowel archief als museum.

Opzettelijke verwarringen tussen feit en fictie, tussen letterlijk en figuurlijk, kennen wij maar al te goed van onze grootmeester van het surrealisme, René Magritte. We kennen ze jammer genoeg ook van het hedendaagse maatschappelijke misbruik ervan. Het surrealisme werkt geestverruimend. Fake news werkt geestvernauwend.

En ja, er worden in het AMVB wel wat van die geestverruimende objecten bewaard. Er zijn er zelfs die radicaal hallucinatorisch zijn. Neem nu De Kinneklopper, die bokshandschoen met handvat. Als je je het nut ervan afvraagt, onwetend en vanop afstand, kom je uit bij een soort strafmachine, weggeplukt uit In de strafkolonie van Franz Kafka. Een macaber instrument, dat bovendien duidelijk ontworpen om zélf bediend te worden en dus sado-masochistische bedoelingen verraadt.

Het surrealistische universum van Marc Cram

Kinnekloppers zijn de noodlottige mensen die willens nillens op hun honger moeten blijven zitten, omdat ze uitgesloten worden van een of andere bedeling. Dat doen ze gewoonlijk stil en miskend in een hoekje, ver weg van alle smulpapen. Het object De Kinneklopper is daarentegen duidelijk bedoeld voor openbaar gebruik. 

Is dit echt? Of is het een kunstinstallatie, een sculptuur die een beeldspraak uitbeeldt? Professor Nimbus? Op naar de erfgoedschenker. In dit geval ook de auteur. Of moeten we zeggen, de kunstenaar? 

Marc Cram. Een man met een palindroom als naam moet iemand zijn die op zijn minst van taalaardigheden houdt, van betekenissen in twee richtingen. Eenmaal binnen in zijn onopvallende rijhuis in Anderlecht weet je niet echt meer wat ernstig is en wat humor. De man op leeftijd die je ontvangt, met zijn guitige oogjes en niet-aflatende ironie, helpt je niet uit die twijfel, integendeel.

De Kinneklopper dateert van 1991. Marc Cram, alias Marc Delarue, werkt zijn hele leven al bij het OCMW. Hij weet hoe teleurgesteld steuntrekkers de gebouwen van de sociale dienst verlaten. Voor hen ontwerpt hij dit intrigerende object. Hij stelt het bij de uitgang van het overheidsgebouw op, zodat kinnekloppers publiekelijk en meteen hun ongenoegen kunnen uiten. Surrealistische kunst, ontsproten aan de koker van een ambtenaar, dat kennen we wel in België.

Maar tegelijk is het object ook echt een sociaal protest. Het is ludiek en confronterend. En net als Marc Cram, die voortdurend hopt tussen het Nederlands en het Frans, is de onvertaalbare Kinneklopper op-en-top Brussels.

Meer dan een artiest

Cram presenteert zijn Kinneklopper op het uitvinderssalon Eureka in 1991. Dat levert hem de titel van professor Nimbus op. Na de Kinneklopper volgt nog de TéléDecerveaulavage, een ‘ont-brainwashingmachine’, zeg maar. Die doet de ‘machiavellistische procedés van de subliminale beelden en de hypnotische effecten van de 8–9 Hz-golven’ teniet. Het toestel werd voorgesteld op een conferentie over ‘Televisie en geweld’ in Jette.

En tenslotte is er ook de Welkom-Box. Dat is een soort reus bestaande uit ‘frigoboxen’. Hij wordt voorgesteld als een ‘monument voor de vergeten klasse van de dagjesmensen’. Dat gebeurde in Brussel en La Louvière in de jaren 1990. Het is allemaal heel geestig, heel schalks, een absurde humor met esprit, heel Brussels ook.

Maar plots verandert zijn toon. Marc Cram gaat zitten en zegt: ‘Tot dusver de humor. Het ernstige werk is veel groter.’ Dit is duidelijk een wat onwennige ernst. Het betekent een ommezwaai in onze ontmoeting. Marc Delarue is tevens occultist en tarotlezer, zijn hele leven al. Hij toont een Chakana van onder zijn hemd. Dat is een Incakruis dat de positieve kosmische straling opvangt. Aan de muur hangen prachtige tarotschilderijen. Daarenboven is hij een verdediger van de holistische wereldvisie. Daarin heeft het hele universum een gelaagde samenhang. Alles houdt met alles verband. Deze samenhang, of ‘solidariteit’ tussen de dingen, de mensen, de bewegingen en de temperamenten, uit zich in diverse tekenen of symbolen. Die gaan van tarot en talismannen tot numerologie.

Zijn werk bestaat uit opzoekingen rond de eeuwenoude Universele Synthese. Hij schreef tientallen, wat gestoffeerde maar weliswaar klare, teksten over het bovennatuurlijke. Daarnaast schreef hij bijvoorbeeld ook een kort Wereldhandvest van de 21e eeuw – 3e millennium. De idealen van de mens en van de maatschappij. Zijn methodiek daarbij is wat men zou kunnen noemen een ‘vertaling van de symbolen’. Hij vertaalt de (geheime) wetten van de natuur naar een maatschappelijke structuur. Dit had ik niet verwacht.

Achter het schelmse object uit het AMVB schuilt een wereld van mysteries. Een ambtenaar op rust reist als een doorwinterde occultist door het universum. Ondertussen produceert hij wat Brusselse surrealismen. Ik ben eerlijk gezegd wat ‘van de Kinneklopper geslagen’ wanneer ik bij hem buiten kom.

---

Het AMVB verzekert de verwerving, het beheer, het onderzoek en de valorisatie van archieven en collecties van de Nederlandstalige Brusselse erfgoedgemeenschappen.

Naar de website van het AMVB