Sociale bewegingen

Anarchisme, antiglobalisme, feminisme en genderbeweging, HOLEBI, studentenbeweging, derdewereldbeweging, vredesbeweging, antiracisme en antifascisme, abortus- en anticonceptie-beweging, macrobiotiek en vegetarisme, naturisme, antikernenergiebeweging, fietsersbeweging, mensenrechtenbeweging, vierdewereldbeweging, dokterscoöperaties en wijkgezondheidscentra, …

Op 23 oktober 1983 trokken honderdduizenden mensen door Brussel tijdens de grootste betoging uit de Belgische geschiedenis. Ze protesteerden tegen de plaatsing van nieuwe Amerikaanse kernraketten in Europa en de groeiende spanning van de Koude Oorlog. Met spandoeken en slogans eisten ze ontwapening en een vreedzame toekomst.

Vredesbetoging van 1983
Foto Koen Van de Casteele 1983 (Collectie Amsab-ISG)

door Juliette Van der Hauwaert, studente geschiedenis UGent

Inhoud

Inleiding

En als de bom valt ...

Dan lig ik in m'n nette pak
Diploma's en m'n cheques op zak
Mijn polis en mijn woordenschat, a-oei!
Onder de flatgebouwen van de stad naast jou
 

Wie kent het niet, de iconische tekst van De bom, van de Nederlandse popgroep Doe Maar? Het nummer werd, en bleef, een enorme hit in de Nederlandstalige wereld. Dat succes was niet enkel te danken aan de meeslepende baslijnen en gitaarpartijen met een ska-sound. Toetsenist Ernst Jansz schreef het nummer in 1982 uit protest tegen de nieuwe kernbewapening. Het grote publiek kon zich duidelijk vinden in de angst die Jansz uitte over een allesvernietigende bom. Sinds het begin van de jaren 1980 was de dreiging van een nucleaire oorlog namelijk opnieuw tastbaarder dan ooit. Zo tastbaar zelfs dat het doorheen het decennium mensen massaal samenbracht in protest.

Affiche van VAKA
De iconische affiche met de oproep voor de vredesbetoging van 1983. (Collectie Amsab-ISG)

Ook in België kwamen vanaf 1979 mensen jaarlijks massaal op straat om te protesteren tegen 'de bom'. Het hoogtepunt was zonder twijfel de mars op 23 oktober 1983. Toen kwamen 400.000 betogers uit alle lagen van de maatschappij samen in de straten van Brussel om te protesteren tegen de plaatsing van nieuwe kruisraketten en Pershing-II-raketten op Belgische bodem.[1] Een recordaantal, want het gaat wellicht om de grootste betoging die ons land ooit kende. Onder een heldere herfstzon stapte de massa vanuit verschillende vertrekstations richting het World Trade Center aan Brussel-Noord, met slogans zoals 'Godverdomme, weg die bommen!' en 'Liever vliegende piketten dan kernraketten'.[2] In de namiddag konden ze zich bij de eindhalte van de mars op een Vredesfestival verwachten aan een reeks toespraken en concerten van onder andere Johan Verminnen en de Amerikaanse zangeres Melanie.

Op weg naar de vredesbetoging 1983
Met een bus op weg naar de vredesbetoging, 23 oktober 1983. (Collectie Amsab-ISG)

Het succes van de betoging was grotendeels de verdienste van de organisatoren, namelijk het Vlaams Aktiekomitee tegen Atoomwapens (VAKA), het Franstalige Coordination Nationale d’Action pour la Paix et la Démocratie (CNAPD) en het Overlegcentrum voor de Vrede (OCV). Die wisten de Belgische bevolking te organiseren en te mobiliseren, en zo haar angst om te zetten in actie. De vredesbetoging zette zo de Belgische regering onder druk om de plaatsing van kernwapens tegen te gaan.

Terug naar de inhoudsopgave

Een nieuwe fase in de Koude Oorlog en de angst voor de bom

In 1983 bevinden we ons in een nieuwe fase van de Koude Oorlog. De detente, de periode van ontspanning tussen Oost en West die inzette vanaf het einde van de jaren 1960, is nu definitief voorbij. Dat is het gevolg van een reeks gebeurtenissen aan het eind van de jaren 1970 die de spanningen opnieuw deden oplaaien, zoals de Iraanse revolutie van 1978-1979 en de invasie van Afghanistan door het Rode Leger in 1979. In zowel de Verenigde Staten als de Sovjet-Unie gingen de uitgaven voor defensie opnieuw de hoogte in, en de nucleaire wapenwedloop geraakte opnieuw in een stroomversnelling. De verkiezing van president Ronald Reagan in 1980 bracht in de Verenigde Staten een regime van ‘hawks’ aan de macht die de kernwapenwedloop weer volop gebruikte als politiek middel.[3]

Na de Tweede Wereldoorlog werden kernwapens gebruikt als afschrikkingsmiddel, en streefden beide partijen naar het overtreffen van het aantal kernwapens van de andere. Het zorgde voor een klimaat van wederzijdse angst en paranoia. Dat leverde gevaarlijke situaties op, zoals bijvoorbeeld met de Cubacrisis van 1962. Het risico van een totale wereldvernietiging kwam toen zo dichtbij dat men zich realiseerde dat er afspraken moesten komen over kernwapens. Deze werden vastgelegd in verdragen zoals het ABM-verdrag en SALT I (1972), die onder andere beperkingen plaatsten op afweersystemen tegen raketten en het aantal types nucleaire wapens waar elke partij over mocht beschikken. Het doel was om een nucleair evenwicht te creëren tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie, en zo het steeds groter wordende arsenaal aan kernwapens onder controle te houden.[4]

Slogan op de vredesbetoging van 1983
Angst voor de vernietiging van de wereld, slogan uit de vredesbetoging van 1983. (Foto W. Beyloos, Collectie Amsab-ISG)

Terug naar de inhoudsopgave

Van crisis naar crisis: het NAVO-dubbelbesluit

Tussen 1977 en 1987 kwamen deze verdragen in opspraak tijdens de periode van de zogenaamde Eurorakettencrisis. De Sovjet-Unie besloot om vanaf 1976 nieuwe kernraketten met de naam 'SS-20' te plaatsen in verschillende Oost-Europese landen. De SS-20’s werkten over middellange afstand. Ze waren zo modern dat er geen regels tussen de grootmachten waren over hun gebruik, omdat ze nog niet bestonden ten tijde van verdragen zoals het ABM. Onmiddellijk brak er paniek uit bij de NAVO en haar leden. De nieuwe Sovjet-wapens werden namelijk gericht op West-Europa, en daar bevonden zich officieel geen kernwapens van de NAVO. Bovendien hadden de NAVO-landen helemaal geen equivalent van de moderne SS-20’s in hun bezit. Het nucleaire evenwicht tussen de twee blokken was dus gebroken, en de dreiging van een nucleaire oorlog keerde terug van nooit weggeweest.[5]

Op 12 december 1979 antwoordde de NAVO met haar dubbelbesluit. Er werd enerzijds besloten om 572 Amerikaanse middellangeafstandsraketten, van het type Pershing II en de zogenaamde kruisraketten of ‘cruise missiles’, te plaatsen in landen in West-Europa, waaronder België. Anderzijds werden er onderhandelingen gestart met de Sovjet-Unie, in de hoop dat ze hun SS-20’s zouden verwijderen, of op zijn minst het aantal zouden verminderen. De onderhandelingen startten in 1981 in Genève, maar verliepen stroef en zouden nog meerdere jaren aanslepen.[6] Het idee van nieuwe kernraketten in West-Europa, en een mogelijke kernoorlog, kon voor velen niet door de beugel. Van West-Duitsland en Nederland tot in Italië werd er dan ook massaal tegen het besluit geprotesteerd.[7]

Terug naar de inhoudsopgave

Plaatsen of niet plaatsen?

Ook in België ontstond er ophef over het dubbelbesluit. De vraag om al dan niet raketten te plaatsen domineerde de politiek in ons land doorheen de jaren 1980. Grosso modo waren het vooral linkse partijen die de raketten afwezen, terwijl de rechtse partijen zich eerder akkoord toonden met de plaatsing. Als we wat meer inzoomen, dan blijkt de situatie binnen de partijen toch complexer te zijn.

De partijen veranderden doorheen de jaren 1980 wel eens van standpunt over de NAVO-raketten en er heerste daarbij vaak interne verdeeldheid. Zo waren de christendemocraten (CVP en PSC) verdeeld in een linker- en rechtervleugel, die respectievelijk tegen en voor de plaatsing van de raketten waren. Ook de sociaaldemocraten (BSP en PS) kampten met verdeeldheid tussen voor- en tegenstanders. Andere partijen positioneerden zich dan wel weer wat duidelijker voor of tegen de plaatsing. Zo toonden de liberale partijen (PVV en PLP) zich overwegend akkoord met de komst van de nieuwe kernraketten. Groene partij Agalev daarentegen maakte de strijd tegen het plaatsingsbesluit tot een van haar belangrijkste programmapunten. Ook de Kommunistische Partij van België (KPB) en de Vlaams-nationalistische Volksunie verzetten zich uitdrukkelijk tegen de plaatsing. Anderzijds golden partijen zoals het Vlaams Blok als voorstanders van het plaatsingsbesluit.[8]

In het algemeen benadrukten voorstanders vooral de noodzaak om zich te verdedigen tegen de communistische ideologie en het belang voor België om trouw te zijn aan de NAVO. Tegenstanders onderstreepten daarentegen de gevaren van een nieuwe nucleaire wapenwedloop. Sommige politici en partijen wilden geen keuze maken voordat de gesprekken in Genève waren afgerond.[9] De rakettenkwestie bleef daarom aanslepen en gaf aanleiding tot herhaaldelijke regeringscrises. In het parlement werd het besluit over de raketten keer op keer uitgesteld, tot in 1985. Ondertussen groeide het protest tegen nieuwe kernwapens wereldwijd, ook in België.[10]

Terug naar de inhoudsopgave

De anti-atoommarsen van de jaren 1960

De mars van 1983 was bij lange na niet de eerste betoging tegen atoomwapens die in België plaatsvond. Al in de jaren 1960 kwamen mensen bij ons tegen kernwapens op straat. In het begin waren het vooral socialistische en communistische jeugd- en studentenbewegingen die instonden voor de organisatie van deze 'Anti-Atoommarsen', maar al snel namen ook christelijke jongeren- en studentenorganisaties deel. Er ontstond zelfs een Nationaal Comité dat elk jaar een mars voorbereidde. De eerste anti-atoommars vond plaats in Mol in 1960, en kon rekenen op een opkomst van ongeveer vierduizend betogers.

Vredesbetoging van 1963
Affiche voor de tweede anti-atoommars, 1963. (Collectie Amsab-ISG)

Op 24 maart 1963 – ruim twintig jaar voor de betoging van 1983 – vond een tweede mars plaats in Brussel. Dit keer stapten zowat tienduizend mensen mee, een opkomst die duidelijk beïnvloed was door de gebeurtenissen die zich een jaar eerder voordeden in Cuba. Er volgden in de jaren nadien nog verschillende jaarlijkse marsen, maar deze bleven niet duren. Elk jaar kwamen minder betogers opdagen, en de prille beweging zou uiteindelijk tegen het eind van de jaren 1960 opgaan in de protesten tegen de oorlog in Vietnam.[11]

Terug naar de inhoudsopgave

Het ontstaan van VAKA

Fast forward naar de jaren 1980. Of eerder het einde van de jaren 1970, wanneer de rakettenkwestie losbarstte. In de nasleep van de bekendmaking van het NAVO-dubbelbesluit organiseerden enkele Duitse vredesorganisaties een eerste internationale betoging in Brussel tegen de nieuwe kernraketten. De Vlaamse vredesorganisaties, sinds 1971 gebundeld in het koepelorgaan Overlegcentrum voor de Vrede (OCV), geraakten er niet uit of er aan deze betoging moest deelgenomen worden of niet. Sommige leden van het OCV, zoals het grote en belangrijke Pax Christi, vreesden communistische inmenging in het ‘Duitse’ protest en wilden daarom niet deelnemen.[12]

De discussie gaf aanleiding tot de oprichting van het Vlaams Aktiekomitee tegen Atoomwapens (VAKA) in november 1979.[13] Als comité binnen het OCV zou het zich specifiek bezighouden met het organiseren van jaarlijkse protesten tegen de NAVO-raketten, om de regering onder druk te zetten en de plaatsing van de nieuwe raketten in België tegen te houden. Het VAKA bestond uit verschillende organisaties, gaande van vredesgroepen zoals Pax Christi over culturele vormingsorganisaties als Elcker-Ik tot internationale solidariteitsbewegingen (Derde-Wereldgroeperingen) zoals Oxfam Wereldwinkels. Vakbonden, zoals het Algemeen Belgisch Vakverbond (ABVV) en het Algemeen Christelijk Vakverbond (ACV), en de koepelorganisatie Algemeen Christelijk Werkersverbond (ACW) waren geen formele leden van VAKA maar behoorden wel tot zijn uitgebreide netwerk. Het was door de steun en massale mobilisatie van de vakbonden dat de nationale vredesbetogingen van de jaren 1980 uitgroeiden tot massa-evenementen. Dit in tegenstelling tot de eerder marginale anti-atoommarsen van de jaren 1960, waaraan de vakbonden maar beperkt deelnamen.[14]

Naast een centrale nationale afdeling werden doorheen Vlaanderen ook lokale VAKA-comités opgericht. In totaal organiseerde het VAKA vier nationale massademonstraties in de jaren 1980, namelijk in 1981, 1983, 1985 en 1987.[15] Toen de atoomdreiging minder drukkend werd vanaf het midden van de jaren 1980 verloor VAKA zijn voornaamste campagnethema. VAKA fusioneerde met OCV en veranderde zijn focus langzaam naar de strijd tegen racisme. Na de opmerkelijke overwinning van extreemrechts bij de parlementsverkiezingen van 24 november 1991, gekend als Zwarte Zondag, veranderde VAKA van naam. Het comité ging vanaf 1992 door het leven als ‘Hand in Hand'.[16] Op 22 maart 1992 bewees het voormalige VAKA nog eens zijn mobilisatiekracht met een protestmars naar aanleiding van Zwarte Zondag, waar ongeveer 100.000 betogers in meeliepen.[17]

Terug naar de inhoudsopgave

De weg naar de betoging van 1983

De nationale vredesmars die VAKA en OCV organiseerden in oktober 1981 lokte ongeveer 200.000 betogers naar de Belgische hoofdstad. Na het succes van deze mars hing het al in de lucht: de betoging van 1983 beloofde groots te worden. Een heel jaar lang haalde VAKA dan ook alles uit de kast om zo veel mogelijk mensen op 23 oktober samen te brengen in Brussel. Het comité richtte hiertoe een speciale werkgroep op, 23/X. Zij zorgden voor de verspreiding en de verkoop van materiaal waaronder brochures, spandoeken en mobilisatieaffiches. De lokale VAKA-comités zorgden ervoor dat dit materiaal verspreid werd, en maakten mensen ook warm voor de betoging door het organiseren van info- en filmavonden, deur-aan-deuracties, fietstochten en fuiven.

Van 17 tot 25 september organiseerde VAKA de eerste Vlaamse vredesweek. Het doel van deze week was voornamelijk om geld in te zamelen om de kosten van de betoging te kunnen dekken, door bijvoorbeeld de verkoop van steunspeldjes. Er werden in de aanloop naar oktober ook allerlei kleinere betogingen georganiseerd, waaronder een staking van driehonderd scholieren in Gent. Het hoogtepunt was echter de vredesmars in Florennes op 23 april, een maand nadat minister van Buitenlandse Zaken Leo Tindemans bekend had gemaakt dat Florennes waarschijnlijk de plaats zou zijn waar de raketten zouden komen. Aan de mars namen ongeveer 40.000 betogers deel.[18]

Raketten in Florennes
Protest tegen de komst van nucleaire wapens op de Amerikaanse legerbasis in Florennes, 1983. (Collectie Amsab-ISG)

Er werd hard ingezet op de symboliek van de vredesduif om mensen te trekken naar de activiteiten in de aanloop naar oktober en voor de financiering van de mars. Zo was de duif het symbool van de vredesweek. VAKA liet zelfs een postduifring rondgaan, om op een ludieke manier financiële bijdragen te vragen voor zijn werking. Het symbool bij uitstek van de mars was de uitgestrekte hand met een kernwapen, zoals die ook terug te vinden is op de officiële poster van de betoging van 23 oktober. Steunspeldjes met dit symbool werden massaal verspreid en gedragen in aanloop naar de betoging. Zelfs brieven die VAKA verstuurde werden met het symbool bestempeld.

Twee affiches van plaatselijke vredesacties in 1983
Twee plaatselijke acties in de voorbereiding op de vredesmars van 23 oktober 1983, respectievelijk in Leuven en in Melle. (Collectie Amsab-ISG)

Terug naar de inhoudsopgave

Een ‘mensenzee’ tegen kernraketten, in Brussel en de rest van Europa

De inzet van VAKA en zijn militanten werd beloond. Brussel liep vol met betogers vanuit het hele land. Ze waren met 400.000, althans volgens de organisatoren. Zoals altijd bij protesten ontstond er discussie over hoeveel mensen nu echt deel hadden genomen aan de mars. Volgens de BRT-radio waren het er bijvoorbeeld 300.000, terwijl de Rijkswacht en politie maar 120.000 à 140.000 mensen telden.[19] Wat het exacte aantal ook was, de beelden, foto’s en getuigenissen lijken erop te wijzen dat het aantal eerder aanleunde bij de schatting van de organisatoren dan bij die van de Rijkswacht. De Belgen kwamen massaal op straat, en ze waren niet alleen. Naar schatting protesteerden twee miljoen Europeanen in de laatste weken van oktober tegen de NAVO-raketten.[20]

Tijdens de vredesbetoging van 1983
Tijdens de vredesbetoging van 1983, spandoek met "This is not America" en masker van de toenmalige US-president Ronald Reagan. (Foto Eddy Labeau, Collectie Amsab-ISG)

Omdat VAKA verwachtte dat er veel mensen zouden opdagen werd besloten om de betoging, die Brussel-Noord als eindbestemming had, te laten vertrekken vanaf verschillende plaatsen. De betoging startte aan het station van Schaarbeek voor betogers uit Antwerpen, Luik en Limburg. Aan het station van Brussel-Zuid vertrokken demonstranten uit West-Vlaanderen, Vlaams-Brabant en Henegouwen en aan het station van Brussel-Centraal startten betogers uit Oost-Vlaanderen, Waals-Brabant, Namen en Luxemburg. Na maandenlang onderhandelen met de NMBS had VAKA ervoor gezorgd dat betogers die met de trein naar Brussel kwamen korting kregen. Er werden zelfs extra treinen ingezet.[21]

Terug naar de inhoudsopgave

Groot of klein, oud of jong

De opkomst was enorm, en bovendien erg divers. Mensen van alle leeftijden en afkomsten waren aanwezig. De Vlamingen waren duidelijk in de meerderheid, maar er waren ook belangrijke groepen migranten en buitenlandse betogers aanwezig. De vakbonden waren er ook, net als verschillende politici. Vooral socialisten, maar ook vertegenwoordigers van de Volksunie, Agalev en de Kommunistische Partij stapten mee. Niet onopvallend was de grote groep christenen en religieuzen. De Katholieke Kerk, en dan vooral lokale parochiepriesters, christelijke studenten- en jeugdbewegingen en het ACW speelden een belangrijke rol in de mobilisatie voor het protest. Voor het vertrek van de mars werd er op de middag zelfs een oecumenische gebedsdienst georganiseerd in de basiliek van Koekelberg voor de betogers.[22]

Er waren zo veel mensen aanwezig bij de start van de mars, dat tegen de tijd dat de menigte begon aan te komen bij Brussel-Noord er nog steeds mensen afstapten aan de vertrekstations. Het was een dag van actie en protest, maar voor velen ook een dag van veel wachten.[23]

Beelden uit het tv-programma Roodvonk over de vredesbetoging in Brussel (zonder commentaar), SOM-uitzending van 23 oktober 1983 (video, 20 min.). (Collectie Amsab-ISG)

Terug naar de inhoudsopgave

Vrolijkheid, angst en hoop

Ook was het een dag vol muziek, creativiteit en kleur. Er werden niet enkel muziekoptredens georganiseerd aan het einde van de betoging, maar ook aan elk van de vertrekstations werden concerten van zowel Waalse als Vlaamse bands gespeeld. Zelfs tijdens het wandelen kwam de muziek van alle kanten aanspoelen: er waren kinderkoren, allerlei soorten fanfares en praalwagens waarop groepen speelden.[24] Mensen liepen rond in Reagan-kostuums en met ballonnen, of bestuurden praalwagens met imitaties van de Berlijnse Muur. Deze vrolijkheid werd wel overschaduwd door het gevoel dat de betogers met elkaar verbond, een oprechte angst en bezorgdheid voor de toekomst. Kinderen liepen rond met slogans zoals 'Ik wil nog grootmoe worden', of 'J’ai peur'. Het comité dat eerder in april het protest in Florennes organiseerde, bracht een praalwagen mee waarop een dystopisch theaterstuk werd opgevoerd over de gruwelen van de nakende kernoorlog.[25]

Foto van jongetje tijdens de betoging van 1983
De vredesbetoging van 1983. (foto Johan De Meester, Collectie Amsab-ISG)

Naast angst was er echter duidelijk ook plaats voor een sterk gevoel van hoop, dat door het zichtbare succes van de betoging enkel groter werd. De teleurstelling was dus groot toen de Belgische regering de beslissing opnieuw uitstelde in de nasleep van het protest. Uiteindelijk werd besloten om de kernraketten te plaatsen in Florennes, waar ze tot de ondertekening van het INF-verdrag in 1987 bleven. Dat verdrag, getekend tussen de Amerikaanse president Ronald Reagan en de leider van de Sovjet-Unie Michail Gorbatsjov, zorgde voor beperkingen op kernwapens die werkten over middellange afstand. De kernwapens die zich bevonden in Florennes werden teruggezonden naar de Verenigde Staten.[26]

Terug naar de inhoudsopgave

Een betoging die Belgische geschiedenis schreef

De kernraketten waren er dus na 23 oktober 1983 toch gekomen, maar dat nam niet weg dat het protest van oktober 1983 op veel manieren een succes was. Het was de organisatoren gelukt om 400.000 betogers samen te krijgen. De vredesmars van 1983 was daarmee waarschijnlijk het grootste protest dat België ooit gekend heeft.

PVDA vredesbetoging 2026
Oproep tot een vredesbetoging in 2026 door PvdA, met hergebruik van het VAKA-beeld uit 1983. (Facebook-site van PvdA)

Veel later, op 14 juni 2026, werd er opnieuw een vredesbetoging gehouden in Brussel. Zoals wel vaker het geval is in de geschiedenis van protest, put de nieuwe generatie vredesactivisten uit het actierepertoire van haar voorgangers, met een vreedzame mars en een campagnebeeld dat duidelijk geïnspireerd is op de affiche van 1983. De affiche die de organisatoren gebruikten voor de mars van 2026 was duidelijk geïnspireerd op de affiche van 1983. In de plaats van een hand met een verbodsteken over een kernraket, was het deze keer een modern gevechtsvliegtuig dat op de affiche afgebeeld stond. De betoging klaagde de modernisering van en investeringen in defensie aan. De anti-atoommars van 23 oktober 1983 heeft zich daarmee voorgoed in ons collectief geheugen genesteld.

Terug naar de inhoudsopgave

Voetnoten

  1. Marie Raes, “Een nieuwe speler op het middenveld” (masterproef, Universiteit Antwerpen, 2006), 49, 107-8. ↑

  2. Matthijs van der Beek, “Het verzet tegen de kruisraketten: De antikernwapenbewegingen in Nederland en België in vergelijkend perspectief, 1979-1985” (masterproef, Universiteit Utrecht, 2013), 53. ↑

  3. Stanislas Jeannesson, La guerre froide (Parijs: La Découverte, 2014), 86-7. ↑

  4. Van der Beek, “Het verzet tegen de kruisraketten,” 25-8. ↑

  5. Filip Vranckx, “Voordat de bom valt: De rakettenkwestie in Belgische cartoons (1979-1985)” (masterproef, KU Leuven, 2009), 3-7. ↑

  6. Mark Heirman, Het Belgisch rakettendossier, 1979-1984 (Antwerpen: Internationale Vredesinformatiedienst, 1985), 36-8. ↑

  7. Steve Breyman, “Europeans demonstrate against nuclear weapons,” EBSCO Research Starters (2021). ↑

  8. Shari Huygebaert, “'Liever vandaag actief, dan morgen radioactief': Een analyse van VAKA gedurende de mobilisatie voor de antiraketbeweging van 25 oktober 1981 op basis van het Intern Bulletin en de Vlaamse Vredeskrant” (masterproef, Universiteit Gent, 2021), 30. ↑

  9. Vranckx, “Voordat de bom valt,” 4-5. ↑

  10. Huygebaert, “Liever vandaag actief, dan morgen radioactief,” 32-3. ↑

  11. Patrick Stouthuysen, “De vredes- en antiracismebeweging. De ontmoeting van oude en nieuwe sociale bewegingen,” in Van "Mei ʾ68" tot "Hand in hand”: nieuwe sociale bewegingen in België, 1965-1995, eds. Staf Hellemans en Marc Hooghe (Leuven: Garant, 1995), 72. ↑

  12. Huygebaert, “Liever vandaag actief, dan morgen radioactief,” 15. ↑

  13. Bert Boeckx, Inventaris van het archief van Vlaams Aktiekomitee tegen Atoomwapens (VAKA) (1968-1994) (D/1994/511) (Gent: Amsab-Instituut voor Sociale Geschiedenis, 1999), 2. ↑

  14. Stefaan Walgrave, Nieuwe sociale bewegingen in Vlaanderen: een sociologische verkenning van de milieubeweging, de derde wereldbeweging en de vredesbeweging (Leuven: KUL Sociologisch Onderzoeksinstituut), 109-10. ↑

  15. Walgrave, Nieuwe sociale bewegingen in Vlaanderen, 111-4. ↑

  16. Huygebaert, “Liever vandaag actief, dan morgen radioactief,” 80-1. ↑

  17. Boeckx, “Archief van het Vlaams Aktiekomitee tegen Atoomwapens,” 3-4. ↑

  18. Raes, “Een nieuwe speler op het middenveld,” 78-90. ↑

  19. Walter Vaerewijck, “Mensenzee voor vrede,” Het Laatste Nieuws, 24.10.1983. ↑

  20. Breyman, “Europeans demonstrate.” ↑

  21. Arnoudt, “30 jaar geleden.” ↑

  22. Heirman, Het Belgisch rakettendossier, 84-5. ↑

  23. Raes, “Een nieuwe speler in het middenveld,” 108-112. ↑

  24. Roodvonk – betoging vrede Brussel, uitzending SOM, 23.10.1983, min. 16-17. ↑

  25. “Meer volk, meer Vlamingen, meer politici dan in 1981: Brussel overspoeld door rekordmars voor vrede,” De Standaard, 24.10.1983. ↑

  26. Walgrave, Nieuwe sociale bewegingen in Vlaanderen, 107. ↑

Terug naar de inhoudsopgave