Johan Malcorps, reeds in zijn studententijd aan de KU Leuven actief bij Agalev Studenten Leuven, was in de beginperiode van Agalev als politieke partij actief betrokken. Hij ging na zijn studies aan de slag als politiek medewerker en droeg bij aan de organisatie van het eerste congres van Agalev. Hij werkte mee aan de studiedienst van Agalev, het Instituut voor Politieke Ecologie, dat hij van 1987 tot 1989 leidde als directeur. Archiefdossiers uit deze periode geven een uniek beeld van Agalev als beginnende politiek-filosofische beweging.
In januari 1989 werd Malcorps politiek secretaris van Agalev, een functie die hij tot juni 1995 uitoefende. Deze periode werd gekenmerkt door een toenemende professionalisering van Agalev. Door de snelle groei kwamen de interne structuren onder druk te staan. Er werd geleidelijk afstand genomen van de oorspronkelijke, spiritueel-ethische beweging, hetgeen leidde tot een breuk met de stichter van de beweging, Luc Versteylen. Tegelijk groeide de nood om de studiedienst te versterken, zodat standpunten inhoudelijk beter onderbouwd konden worden. In het archief van Malcorps valt vooral de rijkdom aan thematische dossiers op.

Van 1995 tot 2004 was Malcorps parlementslid en senator. Hij specialiseerde zich in thema’s rond milieu en gezondheid, waaronder de strijd tegen dioxines en verbrandingsovens. In 2004 bracht hij als eerste parlementslid de PFOS-vervuiling door 3M onder de aandacht. Nadien werd hij voorzitter van Groen Antwerpen, waar hij de lokale verkiezingen van 2006 mee voorbereidde.
Toch speelde het grootste deel van zijn carrière zich achter de schermen af. Hij bleef een rol spelen in de ontwikkeling van de partij als coördinator van de politieke cel van Groen (2005–2010) en als secretaris van de Vlaamse Groenfractie (2010–2021). Klimaat werd in deze periode een steeds belangrijker thema. Hoe ontwikkel je een sociaal rechtvaardig klimaatbeleid dat bescherming biedt aan de meest kwetsbaren? In het archief bevinden zich dan ook veel dossiers over hoe een groene economie een betere levenskwaliteit kan mogelijk maken.






